V E R WA C H T A U G U S T U S 2 0 1 2
O N D E R G A N G
Flaptekst:
Hij had dood moeten zijn, maar Thaumas Elektra leeft. Bovendien is hij, vreemd genoeg als mens, leider van de ‘duivels’. Een ongevleugelde. Iemand geboren uit de schoot van een alom gerespecteerde familie van Jagers; de mensen uit de bovenwereld, die jagen op de gevleugelden. Een afvallige, een verstotene met kennis. Gevaarlijke kennis die hij maar beter niet had kunnen verkondigen.
Vanuit de stad Capri Sorrento, ingeklemd tussen de duistere, door regen gegeselde kloven van de berg Gamra, spannen krachten samen om de ‘gevaarlijke revolutionair’ het zwijgen op te leggen. Om af te maken wat zijn teerhartige vader niet heeft kunnen volbrengen. Thaumas Elektra moet dood.
Want Thaumas weet wat niemand behoort te weten: in de bergen van Gamra sluimert gevaar. Waarom zien anderen dat niet? Of toch wel? Immers: waarom komt er juist nu een delegatie van ‘Het Kartel’ naar deze godvergeten plaats van uitschot en vogelvrijen? En waarom levert het hoofd van een harpij nu ineens het tienvoudige van een kilo Nod op? Het zijn vragen waar de zus van Thaumas, een stokoude alchemist en een nukkige sheriff zich steeds drukker om maken. En zij zijn niet de enigen.